Het bevoegd bestuursorgaan besluit omtrent een vergunning op de grondslag van een aanvraag en weigert een vergunning indien:
de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
de vestiging, uitbreiding of de exploitatie van het seksbedrijf of het escortbedrijf in strijd is met het geldende omgevingsplan;
de vestiging, de uitbreiding of de exploitatie van het seksbedrijf in strijd is met artikel 3:6;
het escortbedrijf wordt gevestigd in een voor het publiek toegankelijk gebouw, tenzij het escortbedrijf wordt gevestigd in een seksbedrijf waarvoor op grond van artikel 3:4 vergunning is verleend;
het escortbedrijf wordt gevestigd in een seksbedrijf waarvan de vergunning op grond van artikel 3:15 is ingetrokken of met toepassing van artikel 2:46 of 3:14, eerste lid van deze verordening of artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning tot woningonttrekking als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 is verleend;
een niet in de aanvraag of vergunning als beheerder vermeld persoon beheerderstaken zal uitvoeren of uitvoert met betrekking tot het seksbedrijf of het escortbedrijf waarop de aanvraag respectievelijk de vergunning betrekking heeft;
naar zijn oordeel het bedrijfsplan onvoldoende garanties geeft voor de bescherming van de in het seksbedrijf of de door bemiddeling van het escortbedrijf werkzame sekswerkers of niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 3:4a gestelde regels;
er aanwijzingen zijn dat bij het seksbedrijf of bij het escortbedrijf:
personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met bij of krachtens de wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
minderjarigen werkzaam of aanwezig zijn of zullen zijn;
geen of onvoldoende toezicht aanwezig is of zal zijn van de exploitant of beheerder; of
sekswerkers werkzaam zijn of zullen zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning weigeren in het belang van:
de in artikel 1:8 van deze verordening vermelde belangen;
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat; of
de arbeidsomstandigheden van de sekswerker.
Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning voor een seksbedrijf of een escortbedrijf eveneens weigeren:
In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of
Indien naar zijn oordeel onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder het bepaalde bij of krachtens artikel 3:11 of 3:11a zal naleven.
Bij de toepassing van de in het tweede lid onder b. genoemde weigeringsgrond houdt het bevoegd bestuursorgaan rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het seksbedrijf of het escortbedrijf is of wordt gevestigd;
de aard van het seksbedrijf of het escortbedrijf en de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse blootstaat of door de vestiging of uitbreiding van de inrichting of het bedrijf zou komen te staan; en
bijzondere gebruiksfuncties in de omgeving waarmee de vestiging of uitbreiding van het seksbedrijf of van het escortbedrijf zich niet verdraagt.
Een weigering op grond van het bepaalde in het derde lid onder a, vindt niet plaats op basis van besluiten tot intrekking van vergunningen die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening