1. Onder experiment wordt in dit artikel verstaan: het tijdelijk afwijken van één of meer bepalingen van deze verordening met het oog op het verzamelen van gegevens om te beoordelen of de afwijking permanent kan worden gemaakt.

  2. Het college of de burgemeester kan, ieder voor zover bevoegd, bij wijze van experiment besluiten om af te wijken van de volgende onderdelen in deze verordening:

    1. de artikelen 2:7, 2:8, 2:9, 2:11, 2:12, 2:32, 2:33, 2:36, 2:44;

    2. de artikelen 4:1, 4:4, 4:5 en 4:5a;

    3. de artikelen 5:1 tot en met 5:10, 5:11, 5:13, 5:16, 5:17, 5:21, 5:31 en 5:32.

  3. Voordat het college of de burgemeester een besluit, bedoeld in het tweede lid, neemt, zendt het college of de burgemeester het ontwerpbesluit naar de gemeenteraad en wordt de gemeenteraad gedurende vier weken in de gelegenheid gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het college of de burgemeester informeert de gemeenteraad over het definitieve besluit en reageert daarbij op de wensen en bedenkingen.

  4. In het besluit wordt in ieder geval vermeld:

    1. van welke bepaling of bepalingen in deze verordening wordt afgeweken;

    2. het doel van het experiment;

    3. de voorwaarden die het college of de burgemeester verbindt aan het experiment;

    4. de tijdsduur van het experiment, welke maximaal één jaar bedraagt;

    5. het gebied waarin het experiment geldt.

  5. Het experiment wordt geëvalueerd binnen de voor het experiment vastgestelde tijdsduur als bedoeld in het vierde lid onder d. Als de evaluatie leidt tot aanpassing van deze verordening in overeenstemming met de wijze waarop het experiment is uitgevoerd, kan het college of de burgemeester besluiten om het experiment éénmalig te verlengen met maximaal de voor het experiment vastgestelde tijdsduur. De verlenging eindigt in dat geval na ommekomst van de verlengde termijn of zoveel eerder als de aanpassing van deze verordening in werking treedt.