[vervallen]
Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Speelautomaten en speelautomatenhallen
Afdeling vervallen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf- overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 4:6a
Carbid schieten
-
Het is verboden acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.
-
Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:
gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 30 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen en
het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10:00 uur tot 18:00 uur en
hiervan ten minste 14 dagen voorafgaand aan de datum van gebruik melding is gedaan aan het college en
de melding vergezeld is van een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt en
de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de betreffende locatie is ingetekend, en
-
De plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:
op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing en
op een afstand van tenminste 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg en
op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren, en
wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin dichtbij woningbouw is gelegen, en
het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen.
-
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, Wet wapens en munitie, Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 4:8
Straatvegen
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 4:9
Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 4:10
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 4:12
Lijst waardevolle bomen
Het college stelt een lijst vast van waardevolle houtopstand, gebaseerd op de volgende criteria:
ecologische waarden;
esthetische waarden;
cultuurhistorische waarden;
waarden van stads- en dorpsschoon;
waarden voor recreatie en leefbaarheid;
uniciteitswaarde.
Artikel 4:15
Voorwaarde van niet-gebruik
-
Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat vergunninghouder pas tot vellen mag overgaan met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt.
-
Indien het bevoegd gezag gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift ontvangt of er een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan, mag van de vergunning pas gebruik worden gemaakt na één week nadat het bevoegd gezag op dat bezwaar heeft beslist of de rechtbank op die voorlopige voorziening heeft beslist.
Artikel 4:17
Bescherming groenvoorzieningen
Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem- of heesterperk dan wel aldaar bloemen te plukken.
Artikel 4:18
Detectieverbod
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.2 Besluit Erfgoedwet archeologie is het verboden zonder ontheffing van de burgemeester in het openbaar een metaaldetector of enig ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen te gebruiken of voor onmiddellijk gebruik voorhanden te hebben.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de bescherming van archeologische waarden;
in het belang van de bescherming van ander cultureel erfgoed;
ter bescherming van de woon- of leefomgeving;
in verband met de veiligheid van personen of goederen;
in het belang van de openbare orde.
-
De burgemeester kan algemene regels vaststellen op basis waarvan ontheffingen worden verleend als bedoeld in het tweede lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de wijze waarop van de ontheffing gebruik wordt gemaakt en de eisen waaraan een ontheffinghouder moet voldoen.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor degenen aan wie ingevolge artikel 5.2 van de Erfgoedwet een certificaat is verstrekt.
-
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. Awb niet van toepassing.
Artikel 4:21
Vergunningsplicht handelsreclame
-
Het is verboden om in door het college aangewezen gebieden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.
-
Het verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
-
Het verbod geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zover zij feitelijke betekenis hebben, mits deze opschriften of aankondigingen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de verkeersveiligheid;
in het belang van de voorkoming of beperking van hinder of overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
-
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale Landschapsverordening.
-
De weigeringsgrond van het vierde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken;
-
De weigeringsgrond van het vierde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.