Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Speelautomaten en speelautomatenhallen
Afdeling vervallen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf- overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:36

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij premies, geld of in geld inwisselbare goederen kunnen worden gewonnen of verloren;

  2. exploitant: degene die krachtens een zakelijk of persoonlijk recht een speelgelegenheid exploiteert of, indien de exploitant een rechtspersoon is, de natuurlijke persoon die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt;

  3. leidinggevende: de natuurlijke persoon die de dagelijkse en onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van een speelgelegenheid.

Artikel 2:37

Exploitatie van een speelgelegenheid.

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of door afdeling 10 van deze verordening.

  3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2:38

Aanvraag

  1. Bij een aanvraag wordt een bedrijfsplan overgelegd, waarin in ieder geval staat beschreven welk spel in de speelgelegenheid zal worden beoefend.

  2. Indien de exploitant een wijziging wenst van het soort spelen in de speelgelegenheid, deelt hij dit de burgemeester vooraf schriftelijk mede; de mededeling wordt als aanvulling op het bedrijfsplan aangemerkt.

Artikel 2:39

Eisen aan de exploitant en de leidinggevende

De exploitant en de leidinggevende van een speelgelegenheid:

  1. staan niet onder curatele of bewind en zijn niet uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

  3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2:40

Gronden voor weigering vergunning

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als:

    1. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

    2. de exploitant of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:39 gestelde eisen;

    3. het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid.

  2. De burgemeester kan een vergunning weigeren indien:

    1. een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 2:44 van deze verordening dan wel met toepassing van art. 13b van de Opiumwet is gesloten;

    2. naar zijn oordeel het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:38 onvoldoende garanties geeft dat het in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;

    3. het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden.

Artikel 2:41

Verplichtingen van de exploitant en leidinggevende

  1. De exploitant van een speelgelegenheid is verplicht voldoende toezicht uit te oefenen op de gang van zaken gedurende de openingsuren van het bedrijf, dan wel ervoor zorg te dragen dat voldoende toezicht wordt uitgeoefend.

  2. De exploitant is verplicht als leidinggevende van het bedrijf op te laten treden degene die als zodanig in de vergunning staat vermeld.

  3. De exploitant en de leidinggevende dienen ervoor zorg te dragen dat de vergunning in het bedrijf aanwezig is en op eerste vordering van een ambtenaar belast met het toezicht op deze regelgeving of op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage af te geven.

Artikel 2:42

Exploitatietijden

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid of ter voorkoming of beperking van overlast dan wel de bescherming van het woon- of leefklimaat de openingstijden van een speelgelegenheid beperken.

  2. Het is de bezoeker van een speelgelegenheid verboden, zich daarin te bevinden gedurende de tijden dat het bedrijf ingevolge het eerste lid gesloten dient te zijn.

Artikel 2:43

Intrekking vergunning

De burgemeester kan de vergunning voor een speelgelegenheid intrekken, indien:

  1. de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het bedrijfsplan heeft vermeld;

  2. het aanvullend bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:38, tweede lid, onvoldoende garanties geeft dat de Wet op kansspelen niet zal worden overtreden;

  3. het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt overtreden;

  4. in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid of orde in het bedrijf;

  5. de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van het bedrijf wordt verstoord of benadeeld;

  6. de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 2:39, onder a en b, gestelde eisen;

  7. de exploitant de in artikel 2:41 neergelegde verplichting niet of onvoldoende nakomt;

  8. de exploitant of leidinggevende het toezicht op de naleving van het in deze paragraaf bepaalde belemmert of bemoeilijkt, of laat belemmeren of laat bemoeilijken.

Artikel 2:44

Sluiting speelgelegenheid

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:43 van deze verordening kan de burgemeester, indien het belang van de openbare orde en veiligheid dit naar zijn oordeel vereist, de sluiting bevelen van een speelgelegenheid.

  2. Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting naar zijn oordeel niet langer vereisen, heft de burgemeester de sluiting op.

Artikel 2:45

Beëindiging exploitatie speelgelegenheid

De exploitant is verplicht, indien hij de exploitatie van de speelgelegenheid beëindigt, hiervan onmiddellijk mededeling te doen aan de burgemeester.

Artikel 2:46

Bevoegd orgaan

Indien de speelgelegenheid niet in een voor publiek toegankelijk gebouw is gevestigd, worden de in deze afdeling aan de burgemeester toegekende bevoegdheden uitgeoefend door burgemeester en wethouders.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017