1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:49, eerste lid, wordt gesteld ten name van de exploitant.

  2. In de vergunning wordt de naam vermeld van de leidinggevende(n).

  3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de openingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    4. de exploitatie van de hal.