1. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2:49, eerste lid:

    1. indien op het moment van de aanvraag het maximumaantal te verlenen vergunningen voor speelautomatenhallen als bedoeld in artikel 2:49 is bereikt;

    2. de exploitatie van de speelautomatenhal in strijd is met het omgevingsplan

    3. indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slechtlevensgedrag is (zijn);

    4. indien de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft (hebben) bereikt;

    5. indien de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is.

  2. De burgemeester kan de vergunning weigeren:

    1. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de speelautomatenhal, dan wel de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de speelautomatenhal;

    2. indien de aanvrager de bij of krachtens titel VA van de wet gestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaand aan het moment van aanvraag van de vergunning.