Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Speelautomaten en speelautomatenhallen
Afdeling vervallen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf- overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Speelautomaten en speelautomatenhallen

Artikel 2:47

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Wet op de kansspelen;

  2. kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;

  3. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;

  4. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet;

  5. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;

  6. exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

  7. leidinggevende: degene die is belast met de onmiddellijke of algemene leiding van de speelautomatenhal.

Artikel 2:48

Aantal speelautomaten in openbare inrichtingen

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester kansspelautomaten in een openbare inrichting aanwezig te hebben.

  1. in hoogdrempelige inrichtingen zijn ten hoogste twee kansspelautomaten toegestaan.

  2. in laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Artikel 2:49

Aantal speelautomatenhallen

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te exploiteren.

  2. Vergunning kan worden verleend voor ten hoogste 1 (één) speelautomatenhal.

  3. De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 12 jaar.

  4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 2:49a

Beschikbaarheid vergunning

  1. De burgemeester maakt de beschikbaarheid van een vergunning als bedoeld in artikel 2:49 openbaar bekend.

  2. Aanvragen die binnen veertien dagen na de bekendmaking als bedoeld in het eerste lid zijn ontvangen, worden geacht gelijktijdig te zijn ingediend.

Artikel 2:49b

Beleidsregels

De burgemeester stelt beleidsregels vast ten aanzien van de criteria waaraan aanvragen als bedoeld in artikel 2:49 worden getoetst, welke ten minste betrekking hebben op:

  1. openbare orde en veiligheid;

  2. preventie van gokverslaving;

  3. het woon-en leefklimaat ter plaatse

Artikel 2:50

Aanvraag vergunning

De exploitant vraagt de vergunning voor een speelautomatenhal aan onder overlegging van:

  1. een tekening op schaal van de inrichting waaruit in elk geval blijkt op welke plaats en in welk aantal kansspel- of behendigheidsautomaten worden opgesteld;

  2. een overeenkomst of ander schriftelijk stuk waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

  3. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en van de leidinggevenden;

  4. een bewijsstuk als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Speelautomatenbesluit 2000, waaruit blijkt dat de leidinggevende(n) beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving;

  5. een bedrijfsplan waaruit in ieder geval maatregelen blijken ter voorkoming van aantasting van de openbare orde, het woon- en leefklimaat alsmede ter voorkoming van gokverslaving.

Artikel 2:50a

Vergunningverlening

Ingeval van gelijktijdige aanvragen als bedoeld in artikel 2:49a, tweede lid, vindt vergunning verlening plaats aan degene die naar het oordeel van de burgemeester het meest voldoet aan het gestelde in de beleidsregels als bedoeld in artikel 2:49b.

Artikel 2:51

Aanwezigheidsplicht

Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te houden, indien in het bedrijf geen leidinggevende aanwezig is die in de vergunning staat vermeld.

Artikel 2:52

Gegevens en voorschriften vergunning

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:49, eerste lid, wordt gesteld ten name van de exploitant.

  2. In de vergunning wordt de naam vermeld van de leidinggevende(n).

  3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de openingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    4. de exploitatie van de hal.

Artikel 2:53

Weigeringsgronden

  1. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in artikel 2:49, eerste lid:

    1. indien op het moment van de aanvraag het maximumaantal te verlenen vergunningen voor speelautomatenhallen als bedoeld in artikel 2:49 is bereikt;

    2. de exploitatie van de speelautomatenhal in strijd is met het omgevingsplan

    3. indien de leidinggevende(n) in enig opzicht van slechtlevensgedrag is (zijn);

    4. indien de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar niet heeft (hebben) bereikt;

    5. indien de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is.

  2. De burgemeester kan de vergunning weigeren:

    1. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de speelautomatenhal, dan wel de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de speelautomatenhal;

    2. indien de aanvrager de bij of krachtens titel VA van de wet gestelde bepalingen heeft overtreden in de drie jaren voorafgaand aan het moment van aanvraag van de vergunning.

Artikel 2:54

Intrekkingsgronden

  1. De burgemeester trekt de vergunning als bedoeld in artikel 2:49, eerste lid, in:

    1. indien de gegevens die met het oog op het verkrijgen van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

    2. indien niet langer wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, van de wet gestelde eisen.

  2. De burgemeester kan de vergunning intrekken:

    1. indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:53, tweede lid, onder a;

    2. indien wordt gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

    3. indien niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2:51 of 2:55;

    4. indien de vergunninghouder de bij of krachtens titel VA van de wet gestelde bepalingen heeft overtreden;

    5. indien gedurende een periode van ten minste zes maanden geen gebruik van de vergunning is gemaakt.

Artikel 2:55

Wijziging leidinggevende

Indien een in de vergunning vermelde leidinggevende niet meer als zodanig werkzaam is, dient de ondernemer deze wijziging te melden binnen twee weken nadat deze situatie is ontstaan.

Artikel 2:56

Wijziging ondernemer

Indien de exploitatie van een speelautomatenhal wordt beëindigd of een speelautomatenhal aan een rechtsopvolger wordt overgedragen, doet de ondernemer hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de burgemeester.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017