1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:43 van deze verordening kan de burgemeester, indien het belang van de openbare orde en veiligheid dit naar zijn oordeel vereist, de sluiting bevelen van een speelgelegenheid.

  2. Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting naar zijn oordeel niet langer vereisen, heft de burgemeester de sluiting op.