De exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting:

  1. staan niet onder curatele of bewind en zijn niet uit de ouderlijke macht of voogdij ontzegd;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, sub b van de Alcoholwet;

  3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.