1. Aan de vergunning kan het voorschrift worden verbonden dat vergunninghouder pas tot vellen mag overgaan met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt.

  2. Indien het bevoegd gezag gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift ontvangt of er een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan, mag van de vergunning pas gebruik worden gemaakt na één week nadat het bevoegd gezag op dat bezwaar heeft beslist of de rechtbank op die voorlopige voorziening heeft beslist.