Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 13-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Betoging
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Bruikbaarheid van de weg
Afdeling Veiligheid op de weg
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Speelautomaten en speelautomatenhallen
Afdeling vervallen
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf- overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:24

Definities

  1. Onder openbare inrichting wordt in deze afdeling verstaan: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder openbare inrichting worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.

  2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

  3. Onder slijtersbedrijf en slijtlokaliteit wordt in deze afdeling verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Artikel 2:24a

Proeverijen in slijtlokaliteiten

  1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

  2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

Artikel 2:25

Exploitatie openbare inrichting

  1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:8 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.

  5. De burgemeester kan de in het vierde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting horecabedrijf behorende terrassen weigeren:

    1. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

    2. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  6. Ingeval van overdracht of beëindiging van de openbare inrichting is de houder van de vergunning verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de burgemeester.

  7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de vergunning.

Artikel 2:26

Eisen aan exploitant en leidinggevende

De exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting:

  1. staan niet onder curatele of bewind en zijn niet uit de ouderlijke macht of voogdij ontzegd;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, sub b van de Alcoholwet;

  3. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.

Artikel 2:27

Vrijstelling vergunningplicht

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2:25 voor een of meer in dat besluit aangeduide openbare inrichtingen.

Artikel 2:28

Handel in openbare inrichtingen

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:29

Sluitingsuur; tijdelijke sluiting

  1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, de zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer openbare inrichtingen of gedeelte(n) daarvan (tijdelijke) sluitingsuren vaststellen, tijdelijk de sluiting daarvan bevelen dan wel beperkingen stellen aan het tijdstip tot waarop bezoekers mogen worden toegelaten.

    Hij brengt het besluit onmiddellijk ter kennis van de exploitant van het bedrijf dat het betreft.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:30

Toelating tot en aanwezigheid in gesloten openbare inrichting

  1. Het is de exploitant van een openbare inrichting verboden, gedurende de tijd dat deze inrichting ingevolge artikel 2:29 gesloten of niet toegankelijk dient te zijn, daarin of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

  2. Het is verboden gedurende de tijd dat een openbare inrichting ingevolge een op grond van artikel 2:29 genomen besluit gesloten of niet toegankelijk dient te zijn, zich als bezoeker daarin of aldaar te bevinden.

Artikel 2:31

Verboden gedragingen

  1. Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren.

  2. Het is verboden spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Artikel 2:32

Het college als bevoegd bestuursorgaan

Indien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:24 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:25, artikel 2:27 en artikel 2:29.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2017