-
Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben.
-
Met het oog op een doelmatig waterbeheer wordt een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten als bedoeld in de artikelen 5.1 en 5.4.
-
Een omgevingsvergunning voor een activiteit waarbij de locatie van ondergeschikt belang is, wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, los aangevraagd van de omgevingsvergunning voor andere activiteiten.
-
Een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit en een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit, met uitzondering van een als wateractiviteit aan te merken beperkingengebiedactiviteit, worden gelijktijdig aangevraagd als:
die activiteiten betrekking hebben op dezelfde ippc-installatie, of
op die activiteiten de Seveso-richtlijn van toepassing is.
-
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen om wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
§ 5.1.2
Artikel 5.8
Het college van burgemeester en wethouders beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op één activiteit, tenzij op grond van artikel 5.9, 5.9a, 5.10, 5.11 of 5.13 een ander bestuursorgaan is aangewezen.
Artikel 5.9
Bij algemene maatregel van bestuur worden met het oog op een doelmatig waterbeheer voor wateractiviteiten gevallen aangewezen waarin het dagelijks bestuur van het waterschap, gedeputeerde staten of Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag beslissen.
Artikel 5.9a
De korpschef beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit.
Artikel 5.10
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de volgende activiteiten gevallen aangewezen waarin gedeputeerde staten op de aanvraag beslissen:
omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang,
ontgrondingsactiviteiten:
- 1°
in het winterbed van een tot de rijkswateren behorende rivier,
- 2°
buiten de rijkswateren,
- 1°
milieubelastende activiteiten:
- 1°
met betrekking tot een ippc-installatie,
- 2°
met betrekking tot een andere milieubelastende installatie,
- 3°
waarop de Seveso-richtlijn van toepassing is,
- 4°
die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het grondwater,
- 1°
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot:
- 1°
burgerluchthavens van regionale betekenis,
- 2°
lokale spoorwegen,
- 1°
Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten,
activiteiten als bedoeld in artikel 5.4.
-
Bij de aanwijzing van gevallen worden de grenzen van artikel 2.3, tweede lid, in acht genomen.
-
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder d, aanhef en onder 2°, worden, als op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000een gebied is aangewezen, bij algemene maatregel van bestuur gevallen aangewezen waarin het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam, bedoeld in laatstbedoeld lid, beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een lokale spoorweg in dat gebied.
Artikel 5.11
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de volgende activiteiten gevallen aangewezen waarin een van Onze daarbij aangewezen Ministers op de aanvraag beslist:
omgevingsplanactiviteiten van nationaal belang,
rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot een archeologisch monument,
ontgrondingsactiviteiten in de rijkswateren, met uitzondering van de gevallen, bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onder b, onder 1°,
milieubelastende activiteiten:
- 1°
met betrekking tot een mijnbouwwerk,
- 2°
waarbij nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen zijn betrokken,
- 3°
als het gaat om het op of in de bodem brengen van meststoffen,
- 1°
mijnbouwlocatieactiviteiten,
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot:
- 1°
wegen in beheer bij het Rijk,
- 2°
andere luchthavens dan burgerluchthavens van regionale betekenis,
- 3°
hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen,
- 4°
mijnbouwinstallaties in een waterstaatswerk,
- 1°
Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten van nationaal belang,
activiteiten die niet vallen onder de onderdelen a tot en met g en die geheel of in hoofdzaak plaatsvinden in:
- 1°
de territoriale zee voor zover gelegen buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied,
- 2°
de exclusieve economische zone,
- 1°
een valkeniersactiviteit.
-
Bij de aanwijzing van gevallen worden de grenzen van artikel 2.3, derde lid, in acht genomen.
-
In afwijking van de artikelen 5.8, 5.10 en 5.13 en van het eerste lid kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, onder d, onder 2°, beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning als dat nodig is voor nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen.
Artikel 5.12
-
Op de aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op meer dan een activiteit wordt beslist door een bestuursorgaan dat op grond van artikel 5.8, 5.9, 5.10 of 5.11, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h, voor ten minste een van die activiteiten bevoegd zou zijn op een aanvraag te beslissen. Hierbij worden de volgende leden in acht genomen.
-
Als het college van burgemeester en wethouders een bestuursorgaan is als bedoeld in het eerste lid, beslist het college op de aanvraag, tenzij bij algemene maatregel van bestuur een ander van de betrokken bestuursorganen wordt aangewezen. Bij die aanwijzing worden de grenzen van artikel 2.3 in acht genomen. Bij die maatregel kan, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, ook een ander bestuursorgaan dan een van de betrokken bestuursorganen worden aangewezen.
-
In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, wordt op de aanvraag beslist door het betrokken bestuursorgaan dat bij algemene maatregel van bestuur wordt aangewezen. Bij die maatregel kan, in afwijking van het eerste lid en met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, ook een ander bestuursorgaan dan een van de betrokken bestuursorganen worden aangewezen.
-
In afwijking van het eerste tot en met derde lid en van artikel 5.13 kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat op de aanvraag beslissen als dat nodig is voor nationale veiligheidsbelangen of andere vitale nationale belangen.
Artikel 5.13
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin gedeputeerde staten of Onze Minister die het aangaat beslissen op elke aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een locatie waarvoor een door hen eerder verleende omgevingsvergunning geldt.
-
Het eerste lid is niet van toepassing als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 5.9 of 5.9a.
Artikel 5.14
Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit die op het grondgebied van meer dan een gemeente, waterschap of provincie plaatsvindt, wordt op die aanvraag beslist door het daarvoor op grond van artikel 5.8, 5.9, 5.10, 5.12 of 5.13 aangewezen bestuursorgaan van de gemeente, het waterschap of de provincie waar de activiteit in hoofdzaak zal worden verricht.
Artikel 5.15
Het bestuursorgaan dat bevoegd is om op een aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen, is ook bevoegd tot toepassing van paragraaf 5.1.5.
Artikel 5.16
-
Een bestuursorgaan dat bevoegd is om op een aanvraag om een omgevingsvergunning te beslissen of bevoegd is tot toepassing van paragraaf 5.1.5, kan die bevoegdheid aan een ander bestuursorgaan overdragen, als dat bestuursorgaan daarmee instemt.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.