-
Bij omgevingsplan, waterschapsverordening en omgevingsverordening kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
-
Bij ministeriële regeling kunnen meet- en rekenvoorschriften worden gesteld over activiteiten als bedoeld in het eerste lid.
-
Bij het stellen van de regels in de omgevingsverordening en de ministeriële regeling worden de grenzen van artikel 2.3, tweede en derde lid, in acht genomen.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
§ 4.1.1
Artikel 4.2
-
Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
-
Bij omgevingsverordening kunnen alleen regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, als het onderwerp van zorg niet doelmatig en doeltreffend met een regel als bedoeld in artikel 2.22 of een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, kan worden behartigd.
Artikel 4.3
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de volgende activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving:
bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en het in stand houden van bouwwerken,
milieubelastende activiteiten,
lozingsactiviteiten op:
- 1°
een oppervlaktewaterlichaam,
- 2°
een zuiveringtechnisch werk,
- 1°
wateronttrekkingsactiviteiten,
mijnbouwlocatieactiviteiten,
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot:
- 1°
een weg,
- 2°
een waterstaatswerk,
- 3°
een installatie in een waterstaatswerk,
- 1°
het gelegenheid bieden tot zwemmen of baden,
activiteiten die cultureel erfgoed betreffen,
activiteiten die werelderfgoed betreffen,
Natura 2000-activiteiten en activiteiten met mogelijke verslechterende of significant verstorende gevolgen voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied,
de uitoefening van de jacht en activiteiten om populaties van in het wild levende dieren te beheren of om schade door dieren te bestrijden,
het gebruik en het onder zich hebben van middelen of installaties en het toepassen van methoden om dieren te vangen of te doden,
het vangen, doden en verwerken van walvissen,
activiteiten die de introductie of verspreiding van invasieve uitheemse soorten tot gevolg hebben of kunnen hebben,
het vellen en beheren van houtopstanden,
landinrichtingsactiviteiten.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de volgende activiteiten met dieren, planten, stoffen of zaken waarvan de daaraan voorafgaande verkrijging of productie gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving:
het verhandelen, het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben en het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van dieren, planten of producten daarvan,
het verhandelen en het binnen het grondgebied van Nederland brengen van hout of houtproducten,
het verhandelen en het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen of installaties om dieren te vangen of te doden.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over de volgende activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving:
ontgrondingsactiviteiten,
stortingsactiviteiten op zee,
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot:
- 1°
een luchthaven,
- 2°
een hoofdspoorweg, lokale spoorweg of bijzondere spoorweg,
- 1°
flora- en fauna-activiteiten.
-
De regels kunnen bij ministeriële regeling worden gesteld als deze uitvoeringstechnische, administratieve en meet- of rekenvoorschriften inhouden.
-
Bij het stellen van de regels worden de grenzen van artikel 2.3, derde lid, in acht genomen.