-
Belanghebbenden kunnen bij de rechtbank schriftelijk bedenkingen inbrengen tegen de onteigeningsbeschikking. Als belanghebbenden worden in ieder geval aangemerkt:
eigenaren,
erfpachters,
opstallers,
eigenaren van een heersend erf,
rechthebbenden op rechten van gebruik en bewoning,
rechthebbenden op rechten als bedoeld in artikel 150, vijfde lid, van de Overgangswet Nieuw Burgerlijk Wetboek,
bezitters,
huurkopers,
huurders, waaronder ook onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd,
pachters, waaronder ook onderpachters aan wie bevoegdelijk is onderverpacht, en
schuldeisers die de nakoming van een verplichting als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kunnen vorderen.
-
De artikelen 6:5, eerste en derde lid, en 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
§ 16.9.2
Artikel 16.98
-
De termijn voor het inbrengen van bedenkingen bedraagt zes weken.
-
De termijn begint met ingang van de dag na die waarop de onteigeningsbeschikking overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd en hiervan kennis is gegeven.
-
Artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
-
De rechtbank laat na afloop van de termijn ingebrachte bedenkingen niet op grond daarvan buiten beschouwing als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de belanghebbende in verzuim is geweest.
Artikel 16.99
-
Binnen vier weken nadat de rechtbank de bedenkingen aan het bestuursorgaan heeft verzonden, dient dit een reactie daarop in bij de rechtbank.
-
De rechtbank kan deze termijn verlengen.
Artikel 16.100
-
De rechtbank kan belanghebbenden die bedenkingen hebben ingebracht tegen de onteigeningsbeschikking in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt het bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De rechtbank stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.
-
De rechtbank stelt andere partijen in de gelegenheid om ten minste eenmaal een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven. De rechtbank stelt hiervoor een termijn vast.