Omgevingswet Actueel

Inhoud

§ 2.5.2

Doorwerking van beleid door instructies

Artikel 2.33

  1. Gedeputeerde staten kunnen, met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, tweede lid, de gemeenteraad of het waterschapsbestuur waarvan het beheergebied geheel of grotendeels in de betrokken provincie is gelegen een instructie geven over de uitoefening van een taak of bevoegdheid.

  2. Een instructie kan alleen worden gegeven aan:

    1. de gemeenteraad over het stellen van regels in een omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    2. het waterschapsbestuur, als dat nodig is voor een doelmatige beheersing van het geluid afkomstig van wegen als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, onder c,

    3. het waterschapsbestuur, als dat nodig is voor een samenhangend en doelmatig regionaal waterbeheer,

    4. het dagelijks bestuur van het waterschap over een projectbesluit, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    5. het college van burgemeester en wethouders over het volkshuisvestingsprogramma, bedoeld in artikel 3.6, derde lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad.

  3. Op het geven van een instructie is artikel 2.23, tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

  4. Een instructie kan niet worden gegeven als toepassing kan worden gegeven aan:

    1. artikel 124, 124a of 273a van de Gemeentewet, of

    2. artikel 156, eerste lid, van de Waterschapswet.

Artikel 2.34

  1. Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, kan, met inachtneming van de grenzen van artikel 2.3, derde lid, een instructie geven aan het provinciebestuur, het gemeentebestuur of het waterschapsbestuur over de uitoefening van een taak of bevoegdheid.

  2. Een instructie kan alleen worden gegeven aan:

    1. provinciale staten over het stellen van regels in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.22 of 4.1, eerste lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    2. gedeputeerde staten over een projectbesluit, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    3. provinciale staten over een besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden rondom industrieterreinen waarop zich voorzieningen voor defensie bevinden, als toepassing is gegeven aan artikel 2.12a, eerste lid,

    4. de gemeenteraad over het stellen van regels in een omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    5. het dagelijks bestuur van het waterschap over een projectbesluit, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    6. gedeputeerde staten over een instructie aan de gemeenteraad over het stellen van regels in een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder a, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties,

    7. gedeputeerde staten over het volkshuisvestingsprogramma, bedoeld in artikel 3.8, vierde lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad,

    8. het college van burgemeester en wethouders over het volkshuisvestingsprogramma, bedoeld in artikel 3.6, derde lid, als dat nodig is met het oog op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad.

  3. In aanvulling op het tweede lid kan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat een instructie geven aan het provinciebestuur of het waterschapsbestuur over de uitoefening van een taak of bevoegdheid op het gebied van het beheer van watersystemen of het waterketenbeheer, als dat nodig is voor een samenhangend en doelmatig waterbeheer.

  4. In aanvulling op het tweede lid kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, een instructie geven aan de gemeenteraad tot het in het omgevingsplan voor een locatie opnemen van de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht en tot het daarbij bepalen dat wordt voorzien in het beschermen van het stads- of dorpsgezicht, als dat nodig is voor het behoud van cultureel erfgoed.

  5. Op het geven van een instructie is artikel 2.25, tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

  6. Een instructie kan niet worden gegeven als toepassing kan worden gegeven aan:

    1. artikel 124a, 124b of 268 van de Gemeentewet,

    2. artikel 121 of 261 van de Provinciewet, of

    3. de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten.

Artikel 2.35

  1. Een instructie kan niet worden gegeven als deze is bedoeld voor herhaalde uitvoering door verschillende bestuursorganen.

  2. Een instructie met het oog op een belang als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, onder a, of derde lid, onder a, kan alleen worden gegeven als het belang is aangegeven in een door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk openbaar gemaakt document.

← terug naar Omgevingswet