-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de personen die daartoe bij besluit van het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap, gedeputeerde staten, Onze Minister die het aangaat of andere met de uitvoering van deze wet belaste bestuursorganen zijn aangewezen.
-
Van een besluit tot aanwijzing van toezichthouders wordt mededeling gedaan door plaatsing in het gemeenteblad, het waterschapsblad, het provinciaal blad of de Staatscourant.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
§ 18.1.2
Artikel 18.6a
-
Onze Minister die het aangaat kan en gedeputeerde staten kunnen bepalen dat in de door hen aangewezen gevallen de bij een omgevingsdienst werkzame toezichthouders mede bevoegd zijn buiten het werkgebied van die omgevingsdienst.
-
Onze Minister die het aangaat kan bepalen dat bij zijn besluit aangewezen toezichthouders met uitsluiting van andere toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving.
-
Een door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen toezichthouder verricht uit eigen beweging of op verzoek van gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 toezicht op de naleving van:
bij algemene maatregel van bestuur over een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een lokale spoorweg gestelde regels als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, aanhef en onder c, onder 2°,
het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, om zonder omgevingsvergunning een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een lokale spoorweg te verrichten,
het verbod, bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, aanhef en onder f, om te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning als bedoeld onder b.
-
Artikel 42, zevende, achtste en negende lid, van de Wet lokaal spoor is van overeenkomstige toepassing op het toezicht, bedoeld in het derde lid.
Artikel 18.7
-
Een krachtens artikel 18.6 aangewezen toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner, voor zover hem deze bevoegdheid in het besluit tot aanwijzing is toegekend.
-
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt in een besluit tot aanwijzing alleen toegekend voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens deze wet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift beschermde belangen.
Artikel 18.8
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, geven geen toestemming tot vertrek van een vaartuig of luchtvaartuig uit Nederland als zij ernstige redenen hebben om te vermoeden dat in strijd zal worden gehandeld met artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, of 5.5, eerste lid, aanhef en onder c.
Artikel 18.9
Onze Minister die het aangaat en de toezichthouders nemen bij de toepassing van artikel 18.4 respectievelijk bij de uitoefening van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, afdeling 7 van Deel XII van het VN-Zeerechtverdrag in acht.