-
Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van werkzaamheden voor de uitoefening van bevoegdheden door het bevoegd gezag in het kader van de uitvoeringstaak, bedoeld in het tweede lid, en de handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.1.
-
De uitvoeringstaak omvat in ieder geval:
het stellen van maatwerkvoorschriften en het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5,
het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in de paragrafen 5.1.2 en 5.1.3,
de toepassing van paragraaf 5.1.5,
het uitbrengen van advies, bedoeld in de artikelen 16.15 tot en met 16.19.
Omgevingswet Actueel
Inhoud
Afdeling 18.3
Artikel 18.19
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak regels gesteld over:
de strategische en programmatische uitoefening van deze taken door de betrokken bestuursorganen,
de onderlinge afstemming van de uitoefening van deze taken en de daarmee samenhangende werkzaamheden door:
- 1°
de betrokken bestuursorganen,
- 2°
de onder hun gezag werkzame toezichthouders,
- 3°
de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
- 1°
-
De regels worden in ieder geval gesteld ter uitvoering van de richtlijn industriële emissies en de Seveso-richtlijn.
Artikel 18.20
-
De betrokken bestuursorganen dragen zorg voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.
-
Provinciale staten kunnen regels stellen over de uitoefening van deze taken door gedeputeerde staten.
-
De gemeenteraad kan regels stellen over de uitoefening van deze taken door het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 18.21
-
Gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot een of meer regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s of tot een kring van bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen gemeenten, stellen voor een doelmatige en doeltreffende uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak voor die regio, regio’s of kring een omgevingsdienst in.
-
Een omgevingsdienst wordt ingesteld als een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, in verbinding met artikel 52 of 74 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
-
Het werkgebied van een omgevingsdienst komt overeen met het werkgebied van een of meer regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s of met het grondgebied van een kring van aangewezen gemeenten.
Artikel 18.22
-
Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke tot de uitvoeringstaak en de handhavingstaak behorende of daarmee samenhangende werkzaamheden in ieder geval aan een omgevingsdienst worden opgedragen.
-
Bij de maatregel worden omgevingsdiensten aangewezen waaraan met uitsluiting van andere omgevingsdiensten de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak wordt opgedragen voor activiteiten:
met betrekking tot installaties als bedoeld in bijlage I, categorie 4, bij de richtlijn industriële emissies, en
waarop de Seveso-richtlijn van toepassing is.
Artikel 18.23
-
Om een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak door de omgevingsdiensten te waarborgen:
stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van deze taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden, bedoeld in artikel 18.22, eerste lid, die in opdracht van het college van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd,
stellen provinciale staten regels over de uitoefening van deze taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden, bedoeld in artikel 18.22, eerste lid, die in opdracht van gedeputeerde staten worden uitgevoerd.
-
Per omgevingsdienst en voor de op grond van artikel 18.22, tweede lid, aangewezen omgevingsdiensten worden uniforme regels vastgesteld.
Artikel 18.24
-
In opdracht van Onze Ministers die het aangaat wordt elke twee jaar onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid van:
de wijze waarop de verplichting, bedoeld in artikel 18.20, eerste lid, wordt nageleefd, en
de regels, bedoeld in de artikelen 18.20, tweede en derde lid, en 18.23, eerste lid.
-
Als naar het oordeel van Onze Ministers die het aangaat uit het onderzoek blijkt dat de wijze van naleving van die verplichting of die regels onvoldoende doeltreffend is, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld die voor deze regels in de plaats komen of die deze aanvullen.
Artikel 18.25
-
De bij de uitvoeringstaak en de handhavingstaak betrokken bestuursorganen verstrekken de gegevens waarover zij beschikken in verband met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 18.22, eerste lid, aan elkaar en, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, aan de instanties die met de strafrechtelijke handhaving zijn belast.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere bestuursorganen en instanties worden aangewezen, die op verzoek gegevens waarover zij in verband met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 18.22, eerste lid, beschikken, verstrekken aan de in het eerste lid bedoelde:
bestuursorganen, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak,
instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
de wijze waarop gegevens overeenkomstig het eerste lid kunnen worden verstrekt,
de verwerking van persoonsgegevens, bedoeld in artikel 4, onder 2°, van de algemene verordening gegevensbescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, door:
- 1°
de betrokken bestuursorganen,
- 2°
de onder hun gezag werkzame toezichthouders, en
- 3°
de op grond van het tweede lid aangewezen bestuursorganen en instanties,
- 1°
de verdeling van de kosten verbonden aan het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.
Artikel 18.25a
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de verduurzaming van het energiegebruik andere rechtspersonen of natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf worden aangewezen die op verzoek gegevens over het energiegebruik van eindafnemers verstrekken aan het bevoegd gezag, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin in ieder geval voldaan is aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, tot het verstrekken van gegevens en de wijzen waarop gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt.
Artikel 18.26
-
Gedeputeerde staten dragen binnen de provincie zorg voor de coördinatie van een onderling afgestemde uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.
-
Onze Minister die het aangaat en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening dragen zorg voor de coördinatie van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak, voor zover die afstemming van bovenprovinciaal belang is.
Artikel 18.27
Gedeputeerde staten stellen binnen de provincie een of meer overlegorganen in, waarin regelmatig overleg plaatsvindt over de kwaliteit, doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak.