Omgevingswet

Inhoud

Artikel 18.16a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Onverminderd artikel 18.1 en artikel 117 van het Wetboek van Strafvordering kan Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor dieren, eieren, planten, hout of producten daarvan die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, onverwijld maatregelen treffen op kosten van de eigenaar, vervoerder, verhandelaar, importeur of diens gemachtigde.

  2. De maatregelen zijn:

    1. een besluit tot het terugzenden naar het land van uitvoer of herkomst of tot het opleggen van een plicht daartoe,

    2. een besluit tot het brengen van dieren, eieren, planten of van de producten daarvan naar enige plaats buiten Nederland die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geschikt is en in overeenstemming is met de doeleinden van het cites-verdrag, of tot het opleggen van een plicht daartoe,

    3. een besluit tot het opleggen van een verbod op het vervoeren, be- of verwerken of het verhandelen,

    4. een besluit tot het in bewaring nemen of het opleggen van een plicht daartoe,

    5. een besluit tot het opleggen van een plicht om houders of vermoedelijke houders van deze situatie onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen,

    6. een besluit tot het opleggen van een plicht om de betrokken dieren, eieren, planten of producten daarvan of het betrokken hout of producten daarvan die zijn verhandeld op te halen of centraal op te slaan,

    7. een besluit tot het opleggen van een plicht tot het identificeren en registreren van de betrokken dieren, eieren, planten of producten daarvan, of het betrokken hout of producten daarvan.

  3. Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan beslissen dat levende dieren, behorend tot een in het wild levende soort die van nature in Nederland voorkomt, waarvan kan worden aangenomen dat zij zich in de natuur kunnen handhaven, op kosten van de eigenaar of van degene die deze dieren onder zich heeft, in hun natuurlijke leefomgeving in vrijheid worden gesteld.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 18-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 04-06-2026.

Tekst van deze versie

  1. Onverminderd artikel 18.1 en artikel 117 van het Wetboek van Strafvordering kan Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor dieren, eieren, planten, hout of producten daarvan die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, onverwijld maatregelen treffen op kosten van de eigenaar, vervoerder, verhandelaar, importeur of diens gemachtigde.

  2. De maatregelen zijn:

    1. een besluit tot het terugzenden naar het land van uitvoer of herkomst of tot het opleggen van een plicht daartoe,

    2. een besluit tot het brengen van dieren, eieren, planten of van de producten daarvan naar enige plaats buiten Nederland die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geschikt is en in overeenstemming is met de doeleinden van het cites-verdrag, of tot het opleggen van een plicht daartoe,

    3. een besluit tot het opleggen van een verbod op het vervoeren, be- of verwerken of het verhandelen,

    4. een besluit tot het in bewaring nemen of het opleggen van een plicht daartoe,

    5. een besluit tot het opleggen van een plicht om houders of vermoedelijke houders van deze situatie onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen,

    6. een besluit tot het opleggen van een plicht om de betrokken dieren, eieren, planten of producten daarvan of het betrokken hout of producten daarvan die zijn verhandeld op te halen of centraal op te slaan,

    7. een besluit tot het opleggen van een plicht tot het identificeren en registreren van de betrokken dieren, eieren, planten of producten daarvan, of het betrokken hout of producten daarvan.

  3. Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan beslissen dat levende dieren, behorend tot een in het wild levende soort die van nature in Nederland voorkomt, waarvan kan worden aangenomen dat zij zich in de natuur kunnen handhaven, op kosten van de eigenaar of van degene die deze dieren onder zich heeft, in hun natuurlijke leefomgeving in vrijheid worden gesteld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingswet