Omgevingswet Actueel

Inhoud

§ 12.1.1

Begripsbepalingen en toepassingsbereik

Artikel 12.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder rechthebbende:

  1. eigenaar en degene aan wie een beperkt recht toebehoort waaraan een onroerende zaak is onderworpen,

  2. huurder van een onroerende zaak, of

  3. schuldeiser van een verbintenis die ten aanzien van een onroerende zaak een verplichting als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek inhoudt.

Artikel 12.2

Dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen die eigenaren betreffen, zijn van overeenkomstige toepassing op opstallers, erfpachters, beklemde meiers, vruchtgebruikers, houders van een recht van gebruik of bewoning van een onroerende zaak, en appartementseigenaren.

← terug naar Omgevingswet