Omgevingswet

Inhoud

Artikel 19.16

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Gedeputeerde staten kunnen, als naar hun oordeel een waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor waterstaatswerken, aan dat bestuur een instructie geven als bedoeld in artikel 2.33.

  2. Als dit vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is, kan de commissaris van de Koning die instructie geven, zolang het gevaar voortduurt en gedeputeerde staten van die bevoegdheid geen gebruik maken.

  3. Op een instructie als bedoeld in het eerste en tweede lid is artikel 2.36, eerste lid, aanhef en onder a, van toepassing.

  4. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan aan het waterschapsbestuur een instructie geven als bedoeld in artikel 2.34 als naar zijn oordeel:

    1. gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning ten onrechte niet of niet voldoende gebruikmaken van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste of tweede lid, en

    2. het waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor een primaire waterkering.

  5. Op een instructie als bedoeld in het vierde lid is artikel 2.36, tweede lid, aanhef en onder a, van toepassing.

01-07-2026 Huidig 04-06-2026 Historisch 18-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2024.

Tekst van deze versie

  1. Gedeputeerde staten kunnen, als naar hun oordeel een waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor waterstaatswerken, aan dat bestuur een instructie geven als bedoeld in artikel 2.33.

  2. Als dit vanwege spoedeisende omstandigheden nodig is, kan de commissaris van de Koning die instructie geven, zolang het gevaar voortduurt en gedeputeerde staten van die bevoegdheid geen gebruik maken.

  3. Op een instructie als bedoeld in het eerste en tweede lid is artikel 2.36, eerste lid, aanhef en onder a, van toepassing.

  4. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan aan het waterschapsbestuur een instructie geven als bedoeld in artikel 2.34 als naar zijn oordeel:

    1. gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning ten onrechte niet of niet voldoende gebruikmaken van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste of tweede lid, en

    2. het waterschapsbestuur niet of niet voldoende optreedt bij gevaar voor een primaire waterkering.

  5. Op een instructie als bedoeld in het vierde lid is artikel 2.36, tweede lid, aanhef en onder a, van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Omgevingswet