1. Het lidmaatschap van de ledenraad eindigt door:

    1. aftreden;

    2. verloop van de termijn, bedoeld in artikel 63, tweede lid, van de wet, tenzij het betreffende lid terstond wordt herbenoemd voor een volgende termijn;

    3. verlies van hoedanigheid als gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder of waarnemend gerechtsdeurwaarder;

    4. ontslag door de Algemene ledenvergadering als bedoeld in artikel 70 van de wet.

  2. Een lid van de ledenraad kan door iedere gerechtsdeurwaarder, toegevoegd gerechtsdeurwaarder, kandidaat-gerechtsdeurwaarder en waarnemend gerechtsdeurwaarder worden voorgedragen voor ontslag door de algemene ledenvergadering.