1. De verkiezing van plaatsvervangers van ledenraadsleden vindt plaats overeenkomstig artikel 7.1 tot en met artikel 7.3.

  2. Een plaatsvervangend ledenraadslid vervangt een ledenraadslid op zijn verzoek. Als voor een afwezig ledenraadslid geen plaatsvervanger aanwezig is, kan de ledenraad besluiten een plaatsvervangend ledenraadslid te verzoeken het afwezige ledenraadslid te vervangen.

  3. De plaatsvervanger oefent de rechten en plichten uit van het ledenraadslid dat het vervangt.