1. De vergadering van de ledenraad kent een quorum van tien ledenraadsleden, die blijkens de presentielijst aanwezig zijn.

  2. Als de voorzitter bij de opening van de vergadering vaststelt dat blijkens de presentielijst minder dan tien ledenraadsleden aanwezig zijn, schorst hij de vergadering voor ten hoogste een uur. Indien na de schorsing minder dan tien ledenraadsleden aanwezig zijn, verdaagt de voorzitter de vergadering twee weken.

  3. De ledenraadsleden worden onverwijld in kennis gesteld van de verdaging, van de dag en het aanvangsuur van de verdaagde vergadering en over de fysieke locatie ervan, of, indien de vergadering in een digitale omgeving plaatsvindt door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, de voor deelname noodzakelijke gegevens.

  4. Een verdaagde vergadering wordt gehouden, ongeacht het aantal aanwezige ledenraadsleden.