1. De gerechtsdeurwaarder verricht ambtshandelingen voor zover de wet, een titel of het met de maatregel beoogde doel dit, mede gelet op de daaraan verbonden gevolgen, rechtvaardigt.

  2. De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door maatregelen aan te kondigen die voor het beoogde doel in redelijkheid niet worden getroffen.