1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, het de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig gebruik daarvan belemmert, dan wel het een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand of het van toepassing zijnde beeldkwaliteitsplan.
2. Het college kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving en de verkeersveiligheid nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen, reclameborden en bouwobjecten.
3. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
4. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit gebruik ziet op het in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente opslaan van roerende zaken of op het in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen.
5. In afwijking van het vierde lid bestaat een meldingsplicht voor bouwobjecten onder voorwaarde dat:
a. deze niet langer dan 29 dagen worden geplaatst;
b. het gezamenlijk oppervlak niet groter is dan 20m² en
c. in de drie maanden voorafgaand aan de melding niet eerder gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om omgevingsvergunningsvrij bouwobjecten te plaatsen ten behoeve van de bouwwerkzaamheden op een bepaald terrein en
d. de plaatsing voldoet aan de nadere regels die het college heeft gesteld ten aanzien van bouwobjecten op grond van het tweede lid.
De melding dient ten minste twee weken voor de plaatsing te worden ingediend bij het college door middel van een door het college vastgesteld formulier. Van de melding wordt kennis gegeven in het elektronisch gemeenteblad.
6. Het verbod is niet van toepassing op:
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 en
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
7. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
8. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.