1. Het is verboden zich na sluitingstijd in een openbare inrichting te bevinden, tenzij het personeel betreft.
2. Het is verboden in een openbare inrichting of een ander voor het publiek openstaand gebouw en daarbij behorend erf:
a. de orde te verstoren;
b. zich te bevinden gedurende de tijd dat de openbare inrichting of ander voor het publiek openstaand gebouw en daarbij behorend erf gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30 eerste lid.