1. Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
2. Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht om onverwijld bij aankomst aan de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting een geldig reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht te overleggen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verplichtingen zijn niet van toepassing op meereizende echtgenoten, minderjarige kinderen of reisgezelschappen.