1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu;

e. de verkeersveiligheid.

2. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan tien weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan de gevraagde vergunning of ontheffing ook worden geweigerd als daardoor onvoldoende tijd aanwezig is voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag.

3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 worden geweigerd als deze niet minimaal twaalf weken voor het tijdstip, waarop het evenement plaatsvindt, is aangevraagd en daardoor onvoldoende tijd aanwezig is voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag.