1. Het is verboden op de door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeeltes en binnen een door de burgemeester aangewezen periode drank in drinkgerei van glas en flessen van glas bij zich te hebben of met zich mee te voeren. De burgemeester kan de wegen of weggedeeltes en de periode aanwijzen in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of bescherming van het woon- en leefmilieu indien en voor zover de genoemde belangen dit noodzakelijk maken. In beginsel is het verbod ook van toepassing op alle terrassen van openbare inrichtingen, tenzij de burgemeester gebruik maakt van zijn bevoegdheid als bedoeld in het vierde lid, aanhef en onder a.
2. De exploitant van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van de openbare inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten het inpandige gedeelte van de openbare inrichting brengen ten tijde van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
3 De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
4. De burgemeester kan in zijn aanwijzing bepalen dat het bepaalde in eerste en/of tweede lid niet van toepassing is voor:
a. bepaalde of alle terrassen die horen bij een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.27;
b. voor een plaats, niet zijnde een openbare inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.