1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of voor een of meer openbare inrichtingen en andere voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven tijdelijk sluiting bevelen.

2. De burgemeester kan in elk geval de tijdelijke sluiting bevelen van een of meer openbare inrichtingen en andere voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als:

a. daar is gehandeld in strijd met artikel 1 van de Wet op de Kansspelen.

b. daar door misdrijf verkregen voorwerpen zijn verworven, voorhanden zijn, of worden overgedragen dan wel bewaard of verborgen.

c. daar wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn, waarvoor geen ontheffing, vergunning dan wel verlof is verleend.

d. zich daar een ernstig strafbaar feit heeft voorgedaan en daarvan geen melding is gemaakt dan wel het opsporingsonderzoek is belemmerd.

e. zich daar andere feiten hebben voorgedaan, die de verwachting wettigen, dat het geopend blijven gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of gezondheid.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.