1. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand die is opgenomen op de door het college vastgestelde Groene Kaart en bomen die in het kader van een herplantplicht in de bebouwde kom zijn geplant mag slechts en moet worden verleend indien alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

2. De vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in artikel 4:11a, tweede lid mag slechts en moet worden verleend indien

a. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal < 19 oplevert;

b. de waardering van de houtopstand conform de beoordelingscriteria uit hoofdstuk 2 van het beleidskader “Groene Kaart Waardevolle Bomen Gemeente Oisterwijk” een puntentotaal van 19 of meer oplevert en alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht en een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang, van niet-tijdelijke aard opweegt tegen duurzaam behoud van de houtopstand of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van de houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de vergunning voor het vellen, het doen vellen of het laten vellen van een houtopstand als bedoeld in deze artikelleden verleend indien deze wordt aangevraagd om te voldoen aan de verplichting van artikel 5:42 BW en aannemelijk is dat aan de eigenaar van de houtopstand objectief gezien geen beroep op verjaring van de rechtsvordering toekomt.

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.