Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken en jachthavens
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet.
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Huisvesting arbeidsmigranten
Afdeling Toezicht op kamerverhuur
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van n overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling Voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling Kamperen buiten kampeerterreinen
Afdeling Bescherming van paddenstoelen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Openbaar water

Artikel 5:22

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;

  2. aanlegsteiger: voorziening waaraan schepen kunnen afmeren en ligplaats kunnen nemen;

  3. afmeren: het vastmaken van een vaartuig of ander drijvend object aan een vast object, zoals een kade of oever;

  4. ankeren: het vastleggen van een vaartuig aan de bodem van het vaarwater;

  5. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zeeschip, binnenschip of dienstvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep met dat vaartuig dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten;

  6. dag: de periode tussen 00:00 uur en 24:00 uur;

  7. haven: een tot duurzame exploitatie bestemde accommodatie te land en/of te water, waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt geboden tot het ter plaatse al of niet onder toezicht gedurende langere tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met die exploitatie al of niet winst wordt beoogd;

  8. ligplaats: een plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het aanleggen of innemen van een ligplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd van een vaartuig, geschikt voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden;

  9. ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan met aanleggen wordt bedoeld;

  10. oever: overgang tussen land en het openbaar water. Onder oever is mede begrepen de oeverbescherming en de daarvan deel uitmakende beplanting;

  11. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

  12. passagiersvaartuig: een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot:

    • vervoer van personen, of;

    • om beschikbaar te worden gesteld voor recreatief vervoer voor meerdere personen;

  13. passantenhaven: een plek met tijdelijke ligplaatsen uitsluitend bestemd voor pleziervaartuigen voor een periode van maximaal 3 x 24 uur;

  14. pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding, met een romplengte van minimaal 2,5 meter en maximaal 24 meter;

  15. rietkraag: rand van riet langs de oever;

  16. rondvaartboten/feestboten: een passagiersvaartuig, zoals gedefinieerd in onderdeel l, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot het vervoer van personen, of om beschikbaar te worden gesteld voor recreatief vervoer voor meerdere personen;

  17. schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

  18. surfoever: een veelal door borden of andere merktekens aangeduide plaats op de oever waar door surfers wordt aangeland;

  19. zwemgelegenheid (in oppervlaktewater): officieel (door de provincie) aangewezen zwemwaterlocatie in oppervlaktewater, niet zijnde een zweminrichting, waar door een groot aantal personen wordt gezwommen;

  20. zweminrichting: een voor het publiek toegankelijke plaats die is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen, tezamen met de daarbij behorende terreinen, bouwwerken en uitrustingen.

Artikel 5:23

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Vervallen

Innemen ligplaats

Artikel 5:24

Ligplaats vaartuigen

  1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

  2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

    1. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. beperkingen stellen naar soort, tijdsduur en aantal vaartuigen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

  4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of namens het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Artikel 5:25

Verbod innemen ligplaats

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5:40 (Tijden van verblijf passantenhavens), is het verboden met een vaartuig buiten de havens langer dan 3 achtereenvolgende dagen op dezelfde locatie een ligplaats in te nemen of, als het vaartuig is verplaatst, binnen 3 dagen weer dezelfde ligplaats in te nemen. Onder een dag wordt verstaan de tijd tussen 00:00 uur en 24:00 uur.

  2. Ten aanzien van het genoemde in het eerste lid geldt dat als het vaartuig wordt verplaatst naar een plaats gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen verboden ligplaats, het vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen.

  3. Het in het eerste lid vermelde verbod geldt niet:

    1. voor bedrijfsvaartuigen die direct of indirect betrokken zijn bij ontgronding of bij de inrichting van de wateren;

    2. op de bestemde werkstroken ten behoeve van de scheepsbouw.

Artikel 5:25A

Verboden gebruik oevers

  1. Het is verboden om met een vaartuig een ligplaats in te nemen in de voor de oever gelegen rietkraag;

  2. Het is verboden om met een vaartuig in een rietkraag of in de oever te ankeren;

  3. Het is verboden een vaartuig, langer dan 2,5 meter, te water te laten, uit het water te halen, op gronden neer te leggen of te laten liggen aan de oever anders dan op de daarvoor door het college aangewezen of bestemde plaatsen die ter plaatse nader zijn aangeduid.

Artikel 5:29

Verbod innemen ligplaats/verbod tot ankeren

Vervallen.

Openbare orde en veiligheid

Artikel 5:30

Beschadigen van waterstaatswerken

  1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:31

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel of voor onmiddellijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:32

Veiligheid op het water

  1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het is verboden binnen twintig meter van een in gebruik zijnde zweminrichting, zwemgelegenheid of surfoever te varen en te ankeren.

  3. De verboden, genoemd in lid 1 en 2, zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:33

Overlast aan vaartuigen

  1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 5:34

Verstoren goede orde

  1. Het is verboden op het openbaar water de goede orde te verstoren, onder meer door:

    1. het veroorzaken van geluidhinder, in welke vorm ook;

    2. op enigerlei wijze de rust te verstoren tussen 22.00 uur 's avonds en 07.00 uur ’s morgens;

    3. het verontreinigen van het terrein, het water, de gebouwen, de steigers en andere werken door vuilnis, olie, chemicaliën, bilgewater, etc.;

    4. het gebruik van een boordtoilet of het anderszins storten van fecaliën en bijkomend afvalwater in openbaar water;

    5. het onvoorzichtig omgaan met vuur, daaronder begrepen het aan te water liggende vaartuigen uitvoeren van werkzaamheden, waarbij hoge temperaturen ontstaan, alsmede het onvoorzichtig omgaan met benzine, gas of andere ontvlambare stoffen;

    6. het laten proefdraaien van boordmotoren met ingeschakelde schroef;

    7. anderszins handelingen te verrichten, waardoor hinder, overlast of gevaar wordt of kan worden veroorzaakt.

  2. Het is voorts verboden:

    1. aan steigers of palen te spijkeren of enige andere voorziening te maken waarvoor geen toestemming is verleend door het college;

    2. aanpassingen aan de waterbodem en/of puinbestortingen te maken

    3. aanlegtouwen etc. over het loopvlak van de steigers of voetpaden te bevestigen

    4. oevergroen te snoeien en/of te maaien.

Artikel 5:35

Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Passagiersvaartuigen

  1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

  2. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 5:36

Afmeren passagiersvaartuigen (o.a. rondvaartboten, feestboten en riviercruises)

  1. Het is verboden met een passagiersvaartuig af te meren.

  2. Het verbod in het eerste lid geldt niet:

    1. voor het afmeren aan de aanlegsteigers binnen de kernen:

      1. Stevensweert, zoals afgebeeld in bijgevoegde situatietekening;

      2. Thorn, zoals afgebeeld in bijgevoegde situatietekening;

      3. Wessem, zoals afgebeeld in bijgevoegde situatietekening.

    2. en een daartoe strekkende vergunning is verleend door het college.

Artikel 5:39

Bestemming passantenhavens

  1. De binnen de gemeente als zodanig aangeduide passantenhavens zijn uitsluitend bestemd voor:

    1. pleziervaartuigen met een maximale lengte van 15 meter, en;

    2. een maximale diepgang van 1.80 meter.

  2. Het is verboden met andere vaartuigen een ligplaats in te nemen in de passantenhavens.

  3. Het is verboden een ligplaats in te nemen op de volgens aanduiding voor anderen gereserveerde gedeelten van de steigers in de passantenhavens.

  4. Het verbod genoemd in het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de passantenhaven in Maasbracht. In de passantenhaven Maasbracht betreft de maximale lengte voor pleziervaartuigen 20 meter.

  5. Het college kan van het onder het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen.

  6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:40

Tijden van verblijf passantenhavens

  1. Het is verboden langer dan 3 achtereenvolgende dagen een ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen en nadat deze periode is verstreken, binnen 24 uur opnieuw ligplaats in dezelfde passantenhaven in te nemen.

  2. Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een ligplaats in te nemen, vaartuigen te verplaatsen of de passantenhaven te verlaten.

  3. Het verbod genoemd in het eerste lid is niet van toepassing op de passantenhaven in Maasbracht.

  4. Het college kan van het onder het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen.

  5. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:41

Afmeren passantenhavens

De schipper op een vaartuig moet ervoor te zorgen, dat het vaartuig op deugdelijke wijze is

afgemeerd, op een manier dat het vrij van andere vaartuigen, steigers of palen blijft.

Artikel 5:42

Liggeld passantenhavens

  1. Voor een verblijf met een vaartuig in de passantenhavens in Maasbracht en Wessem is liggeld verschuldigd.

  2. De hoogte van het liggeld en de wijze van inning wordt door het college vastgesteld.

Artikel 5.43

Gebruiksregels passantenhavens

  1. Het is verboden in de passantenhaven te zwemmen, te spelevaren of te surfen.

  2. Ook buiten de in het tweede lid genoemde periode is het verboden geluidhinder te veroorzaken.

  3. Tevens is het verboden anderszins handelingen te verrichten, waardoor hinder, overlast of gevaar wordt of kan worden veroorzaakt.

Artikel 5:44

Milieuhygiëne en veiligheid passantenhavens

  1. Het is niet toegestaan roerende zaken op de kaden te plaatsen en deze kaden anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming.

  2. Het verwijderen of achterlaten van afval, vuilnis en het lozen van de inhoud van vuilwatertanks, chemische toiletten etc. is op de locatie van de passantenhaven verboden. Gebruik moet worden gemaakt van elders door derden ter beschikking gestelde voorzieningen.

  3. Indien als gevolg van een ongeval, lekkage of anderszins benzine, andere ontvlambare of verontreinigde stoffen overboord gaan of anderszins in het water of op de oever terechtkomen, is de schipper op een vaartuig verplicht dit onmiddellijk aan de beheerder van de passantenhaven of bij diens afwezigheid aan de politie te melden.

  4. Het gebruik van een direct op het water lozend toilet is verboden.

  5. Het vaartuig dient te zijn uitgerust met een goed functionerende brandblusser.

Artikel 5:45

Verbod onderhoudswerkzaamheden passantenhavens

Het is verboden in de passantenhaven zonder ontheffing van het college belangrijke reparaties of groot onderhoud aan vaartuigen te verrichten of te laten verrichten.

Artikel 5:46

Ordebepaling passantenhavens

De rechthebbende op een vaartuig is zolang het vaartuig in de passantenhaven verblijft, verplicht alle aanwijzingen op te volgen van de beheerder en toezichthoudende ambtenaren van de gemeente Maasgouw.

Artikel 5:46A

Afbakening

Deze afdeling is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door een wet in formele zin, verordeningen van de provincie of het waterschap en de Woonschepenverordening Maasgouw.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020