1. De binnen de gemeente als zodanig aangeduide passantenhavens zijn uitsluitend bestemd voor:

    1. pleziervaartuigen met een maximale lengte van 15 meter, en;

    2. een maximale diepgang van 1.80 meter.

  2. Het is verboden met andere vaartuigen een ligplaats in te nemen in de passantenhavens.

  3. Het is verboden een ligplaats in te nemen op de volgens aanduiding voor anderen gereserveerde gedeelten van de steigers in de passantenhavens.

  4. Het verbod genoemd in het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de passantenhaven in Maasbracht. In de passantenhaven Maasbracht betreft de maximale lengte voor pleziervaartuigen 20 meter.

  5. Het college kan van het onder het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen.

  6. Op de aanvraag om ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.