1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren.

  2. De aanvraag wordt gesteld op een door het college vastgesteld (elektronisch) formulier zie bijlage.

  3. In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de persoonsgegevens en contactgegevens van de exploitant en van de beheerder;

    2. het adres van de huisvestingvoorziening;

    3. het aantal personen dat in de huisvestingvoorziening verblijf wordt verschaft;

    4. de periode waarin in de inrichting aan de personen verblijf wordt verschaft;

    5. de totale woonoppervlakte die in de huisvestingvoorziening voor verblijf beschikbaar is;

    6. het aantal beschikbare parkeerplaatsen.

  4. Een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid wordt per huisvestingsvoorziening aangevraagd door een ondernemer ten behoeve van de huisvesting van voor zijn onderneming werkzame arbeidsmigranten of door een ABU (Algemene Branchevereniging voor Uitzendondernemingen) of VIA (Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars) gecertificeerd uitzendbureau of door een eigenaar van een huisvestingsvoorziening.

  5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.