-
In deze afdeling wordt verstaan onder openbare inrichting:
een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis clubhuis of;
elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken, rookwaren of voedsel voor directe consumptie worden verstrekt of bereid die al dan niet op een andere plek worden genuttigd, met uitzondering van supermarkten en andere vormen van detailhandel waarin in hoofdzaak waren worden verkocht om ergens anders te nuttigen.
-
Een buiten de in het eerste lid besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of voedsel voor directe consumptie kan worden bereid of verstrekt, waar onder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
-
Onder openbare inrichting wordt mede verstaan:
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van wat in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als onder andere een smartshop, headshop of growshop of een combinatie van deze winkelvormen;
een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een coffeeshop.
-
Het aantal vergunningen, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid onder b, dat de burgemeester kan verlenen bedraagt op grond van het coffeeshopbeleid maximaal 0.
.Zie bijlage -
Onder exploitant wordt verstaan: degene op wiens naam de vergunning staat.
-
Onder leidinggevende wordt verstaan:
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend (de ondernemer);
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan de uitoefening van de openbare inrichting (de bedrijfsleider);
de natuurlijke persoon die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van de openbare inrichting (de beheerder).
-
In deze Afdeling worden niet als bezoekers van de openbare inrichting aangemerkt:
de gezinsleden van de exploitant alsmede diens bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
in de inrichting op dat moment werkzaam personeel;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht (nachtregister);
de personen waarvan aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Algemene plaatselijke verordening Maasgouw 2020 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken en jachthavens
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet.
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Huisvesting arbeidsmigranten
Afdeling Toezicht op kamerverhuur
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van n overlast, gevaar of schade
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Carbidschieten
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling Parkeerexcessen
Afdeling Collecteren
Afdeling Venten
Afdeling Standplaatsen
Afdeling Openbaar water
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:25A
- Artikel 5:26
- Artikel 5:27
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30
- Artikel 5:31
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:34
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 5:37
- Artikel 5:38
- Artikel 5:39
- Artikel 5:40
- Artikel 5:41
- Artikel 5:42
- Artikel 5.43
- Artikel 5:44
- Artikel 5:45
- Artikel 5:46
- Artikel 5:46A
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Vuurverbod
Afdeling Verstrooiing van as
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:15
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier.
-
De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als:
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
voor de exploitatie van de openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend; of
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigerings- of intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
de aard van de openbare inrichting;
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende; en
het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende.
-
De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan het college nadere regels vaststellen. Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan het college in ieder geval nadere regels vaststellen voor
:zie bijlage het waarborgen van de verkeersveiligheid;
de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen;
het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen.
-
Het is verboden om te handelen in strijd met de door het college vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid.
-
Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door het college vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd.
-
Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
zorginstelling;
museum; of
een bedrijfskantine of – restaurant.
-
Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:15a
Bijlage vergunning en aanwezigheid leidinggevende
-
De burgemeester vermeldt in een bijlage bij de vergunning de leidinggevenden. Als de openbare inrichting wordt uitgeoefend door een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:21, dan worden tenminste twee leidinggevenden op de bijlage vermeld.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in die inrichting niet aanwezig is:
een leidinggevende die vermeld staat in de bijlage van de vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot die inrichting of;
een persoon wiens bijschrijving in de bijlage, zoals bedoeld in het eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.
-
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is het voor een paracommerciële rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:21, verboden een openbare inrichting geopend te houden, indien in de inrichting niet aanwezig is:
een barvrijwilliger, die vermeld staat op een door het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon samengestelde lijst, welke lijst in de inrichting aanwezig is.
-
In de openbare inrichting moet een afschrift aanwezig zijn van:
de vergunning en de bijlage of;
van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b, of;
de ontvangstbevestiging van een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid, onder b.
Artikel 2:15b
Melding bijschrijving leidinggevende
-
Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens:
een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven.
-
Deze melding geldt als een aanvraag tot wijziging van de bijlage behorende bij de vergunning.
-
De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier
.zie bijlage -
De burgemeester bevestigt schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.
-
De burgemeester weigert de aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid:
als ten aanzien van de persoon als bedoeld in het eerste lid, sprake is van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:15, derde lid, onderdeel a en artikel 2:15, vierde lid, onderdeel e.
Artikel 2:15c
Vervalgronden
-
De vergunning vervalt als:
sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.
Artikel 2:16
Sluitingstijd
-
Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:00 uur en 07:00 uur.
-
Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 2:14, eerste lid, sub a en b van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02:30 uur en 07:00 uur.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt:
met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:00 uur tot 07:00 uur;
tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:00 uur tot 07:00 uur; en
op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:00 tot 07:00 uur.
-
Het in het tweede lid genoemde verbod geldt:
met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag van 03:30 uur tot 07:00 uur;
tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag en van zondag op maandag van 03:30 uur tot 07:00 uur; en
op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 03:30 uur tot 07:00 uur.
-
Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari.
-
De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet, kan maximaal 5 keer per jaar een schriftelijke melding doen bij de burgemeester van het verlengen van de sluitingstijd naar 03:00 uur
.zie bijlage -
Het is verboden de sluitingstijd te verlengen als de schriftelijke melding als bedoeld in het zesde lid niet minimaal 5 werkdagen voor de datum waarop de verlenging van de sluitingstijd betrekking heeft, wordt gedaan en de buurtbewoners niet minimaal 5 werkdagen van tevoren door de exploitant of de leidinggevende hierover zijn geïnformeerd.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd.
-
De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het zesde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen.
-
Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:17
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:18
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:17, eerste lid;
op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;
Artikel 2:19
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid van het Wetboek van strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel 2:20
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, dan treedt het college bij de toepassing van artikel 2:15 tot en met 2:17 op als bevoegd bestuursorgaan.