1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht spullen (bijvoorbeeld een schepje of plastic zakje) bij zich te hebben waarmee hondenpoep opgeruimd kan worden en te zorgen dat de uitwerpselen van de hond onmiddellijk worden verwijderd. De uitwerpselen moeten in een daarvoor bestemde voorziening worden gedeponeerd, zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke afvalbakken of een duobak in eigen beheer.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

  3. De opruimplicht geldt niet:

    1. op de volgende locaties die als uitlaatplaatsen en losloopgebieden ter plaatse zijn aangeduid:

      Uitlaatplaatsen:

      • kern Beegden, ter hoogte van de Gaardweg;

      • kern Heel, ter hoogte van het Sleydal;

      • kern Linne, ter hoogte van de onderste Boord en Oeveren;

      • kern Maasbracht, ter hoogte van de Haverkamp, de Sint Joosterweg en de Kanaalweg;

      • kern Ohé en Laak, ter hoogte van de Bosstraat en de Moeder Magdalenastraat en de Contelmostraat;

      • kern Stevensweert, ter hoogte van de Maasdijk en het eiland;

      • kern Thorn, ter hoogte van de Panheeldersteeg en het Lindepad;

      • kern Wessem, ter hoogte van de oude Thornerweg.

    2. Losloopgebieden

      • kern Beegden, ter hoogte van de Oosderweg en de Eerdweg;

      • kern Linne, ter hoogte van de Akkerweg;

      • kern Maasbracht, ter hoogte van de Broekstraat en de Trambaan;

      • kern Ohé en Laak, ter hoogte van de weg over de Dijk;

      • kern Stevensweert, ter hoogte van de weg langs de Grinderkens;

      • en kern Wessem, ter hoogte van de Polstraat.

    3. in de overige openbare ruimten buiten de bebouwde kom.

  4. Het college kan buiten de bebouwde kom gebieden en locaties aanwijzen waar wel een opruimplicht geldt.