1. Het is verboden binnen een inrichting onversterkte muziek ten gehore te brengen indien niet wordt voldaan aan de geluidsnormen als genoemd in het omgevingsplan of de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit Besluit.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor muziekgezelschappen en het carillon van Hilversum tijdens de dag en avondperiode (tussen 07:00 en 23:00 uur).

3. Om overmatige geluidsoverlast, harder dan de geluidsnormen als bedoeld in het omgevingsplan of de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit, van muziekgezelschappen te voorkomen kan het college, aan de hand van een akoestisch onderzoek, besluiten dat er technische voorzieningen in de inrichting moeten worden aangebracht en/of dat bepaalde gedragsregels in acht moeten worden genomen.

4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4.8.2 en 4.8.3 van deze APV.

6. Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.

7. Aan een ontheffing als bedoeld in het vierde lid kunnen voorwaarden worden verbonden om overmatige geluidshinder te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

8. Een ontheffing wordt geweigerd wanneer naar het oordeel van het college de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting op ontoelaatbare wijze zal worden beïnvloed.