1.Het college is bevoegd:
a.plaatsen aan te wijzen waar het ter bescherming van het natuur-, landschaps- of dorps-/stadsschoon verboden is daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken of bij zich te hebben;
b.bosgebieden of gedeelten daarvan aan te wijzen, waar het om redenen van milieubeheer verboden is hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.
2. Het is verboden op een, door het college, krachtens het eerste lid, aangewezen plaats:
a.de daarbij aangeduide bloemen of planten te plukken, bij zich te hebben; dan wel
b.hout te sprokkelen of gesprokkeld hout bij zich te hebben.
3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet:
a.ten aanzien van door of met toestemming van de rechthebbende ter plaatse verkregen dan wel elders afkomstige bloemen of planten of hout;
b.indien de in dit artikel bedoelde handelingen worden verricht in het kader van de normale onderhoudswerkzaamheden;
c. ten aanzien van situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet wordt voorzien.
4. Het is het tweede lid, aanhef en onder b, bepaalde geldt voorts nietten aanzien van hout afkomstig van houtopstanden waarop het in artikel 4.5.2. gestelde verbod niet van toepassing is;
5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
6. Onder sprokkelen van hout wordt in dit artikel verstaan: het verzamelen en verwijderen van staand of losliggend, vermolmd dan wel uitdrogend, dor hout.