1. Het bevoegd gezag kan de vergunning onder verwijzing naar door het bevoegd gezag vast te stellen beleidsregels weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van:
a. natuur- en milieuwaarden;
b. landschappelijke waarden;
c. cultuurhistorische waarden;
d. waarden van dorps-/stadsschoon;
e. andere redenen van milieubeheer.
2. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering gebruiken.
3. Het bevoegd gezag kan uitsluitend vergunning verlenen tot direct vellen van een boom indien sprake is van een acuut gevaarlijke situatie voor de directe omgeving.