1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen te vellen of te doen vellen.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

a. bomen met een stamdiameter tot 30 centimeter gemeten op 1.30 meter boven de voet van de boom, voor zover deze niet in het kader van een herplantplicht als bedoeld in artikel 4.5.5 en 4.5.6 zijn aangeplant en voor zover de bomen niet staan in het beschermd stadsgezicht van het Noordwestelijk Villagebied;

b. dode bomen, met dien verstande dat de velling tenminste vier weken voordat een aanvang met het vellen van de boom wordt gemaakt moet worden gemeld aan het bevoegd gezag;

c.Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), met dien verstande dat de velling tenminste vier weken voordat een aanvang met het vellen van de boom wordt gemaakt moet worden gemeld aan het bevoegd gezag;

d.wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

e.vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;

f.fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

g.kweekgoed;

h.bomen buiten de bebouwde kom, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, tenzij de bomen een zelfstandige eenheid vormen die:

- ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;

- ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;

i.bomen die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4.5.6;

j.bomen die worden geveld op basis van een door het college van B&W goedgekeurd beheerplan (dat een periode van 5 jaar beslaat).

k.bomen, niet in gemeentelijk eigendom, in het door het college thans voor de pilot velbeleid aangewezen gebied en die niet staan vermeld op de door het college vastgestelde lijst van beschermde bomen in dat gebied.

l. in afwijking van Artikel 4.5.2, lid 2 onder a. geldt dat bomen in het beschermd stadsgezicht van het Noordwestelijk Villagebied met een stamdiameter tot 30 cm, gemeten op 1.30 meter boven de voet van de boom en voor zover deze niet in het kader van een herplantplicht als bedoeld in artikel 4.5.5 en 4.5.6 zijn aangeplant, gekapt mogen worden zonder omgevingsvergunning indien sprake is van regulier onderhoud.