Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen, indien:

a. de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.8.3 is gedaan;

b. gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de kennisgeving als bedoeld in artikel 4.8.3 zijn verstrekt;

c. de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;

d. de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft, hetzij op grond van het overschrijden van het maximum van zes incidentele festiviteiten, hetzij wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.