1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

boom: een houtachtig, opgaand gewas dat één- of meerstammig kan zijn;

kappen: omhakken;

rooien: met wortel en al uit de grond halen;

vellen: onder vellen wordt mede verstaan rooien, kappen, het snoeien van meer dan een derde van de kroon of het wortelgestel (kandelaberen), het voorbereiden van een verplanting met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben;

meerstammig: stammen, groeiend uit één stamvoet of stam. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van elke stam apart.

bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostima ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

iepenspintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pymaeus;

boomwaarde: de waarde van de boom voor de omgeving. De boomwaarde wordt bepaald aan de hand van door het bevoegd gezag vast te stellen beleidsregels;

herplantwaarde: waarde van een boom uitgedrukt in de kosten voor het vervangen van de betreffende boom.