1. De geluidsnormen uit het omgevingsplan of de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
2. De voorschriften voor de verlichting voor sportbeoefening in de buitenlucht uit het omgevingsplan of artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit, gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in bepaalde gebieden van de gemeente.
4. Het college maakt de aanwijzing voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Als de precieze datum van een collectieve festiviteit nog niet bepaald is, wordt de festiviteit zonder datum bekendgemaakt. De datum wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt.
5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
6. Vervallen.
7. Vervallen.
8. Collectieve festiviteiten zoals bedoeld in het eerste lid mogen alleen plaatsvinden in het gebouw van een inrichting. Voor festiviteiten binnen een inrichting in de buitenlucht, bijvoorbeeld op het terras behorend bij de inrichting, is een evenementenvergunning nodig.
9. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 80 dB(A) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel van de inrichting op een hoogte van ± 1,5 meter.
10. Het equivalente geluidsniveau LCeq veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 90 dB(C) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel van de inrichting op een hoogte van ± 1,5 meter.
11. De onder lid 8 en 9 genoemde geluidswaarden zijn inclusief stemgeluid, inclusief onversterkte muziek en exclusief muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.
12. Omwonenden dienen ten minste drie werkdagen voorafgaand aan de festiviteit schriftelijk op de hoogte te worden gebracht.
13. Op de dagen als bedoeld in het eerste en tweede lid mag het extra geluid en/of licht niet eerder starten dan 07.00 uur. Muziek mag niet eerder starten dan 10.00 uur.
14. De maximale eindtijd voor het extra geluid en/of licht wordt in de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid opgenomen.
15. Vervallen.