1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, lid 1 kan een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.2, lid 1 worden geweigerd indien:
a. het evenement zich niet verdraagt met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden of met hetgeen bepaald is in het omgevingsplan.
b. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is.
2. In navolging van het bepaalde in artikel 1.8, lid 3 kan de vergunning worden geweigerd indien de aanvraag daarvoor minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet meer mogelijk is.
3. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1.8 en lid 1 en 2 van dit artikel kan de burgemeester een vergunning weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.