1. Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen oplevert.

2. Het in het eerste lid gestelde geldt niet voor zover hierin bij of krachtens de Omgevingswet of de Wet milieubeheer wordt voorzien.