1. Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in het omgevingsplan of de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. Van deze zes festiviteiten mogen er maximaal vier festiviteiten buiten, op het terrein van de inrichting, gehouden worden.

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikelen uit het omgevingsplan of artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

3. Bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld een lustrum van de inrichting of vereniging, kunnen ertoe leiden dat het aantal individuele dagen wordt uitgebreid met twee extra dagen per kalenderjaar. De bijzondere omstandigheid dient door de drijver van de inrichting aangetoond te worden. De bevoegdheid om de twee extra dagen toe te kennen ligt bij het college.

4. Er is een (digitaal) standaardformulier voor het doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste en tweede lid.

5. De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het in het derde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

6. Een kennisgeving is gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

7. Tijdens incidentele festiviteiten binnen moeten de speakers in het bebouwde deel van de inrichting worden geplaatst en moeten ramen en deuren gesloten worden gehouden, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen en/of goederen.

8. Tijdens incidentele festiviteiten buiten moeten de speakers tegen de gevel van het bebouwde deel van de inrichting worden geplaatst.

9. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 80 dB(A) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel (bij festiviteit binnen) of 5 meter uit het terras (bij festiviteit buiten) van de inrichting op een hoogte van ± 1,5 meter.

10. Het equivalente geluidsniveau LCeq veroorzaakt door de inrichting mag niet meer dan 90 dB(C) bedragen, gemeten op 5 meter uit de gevel (bij festiviteit binnen) of 5 meter uit het terras (bij festiviteit buiten) van deinrichting op een hoogte van ± 1,5 meter.

11 De onder lid 9 en10 genoemde geluidswaarden zijn inclusief stemgeluid, inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

12. Omwonenden dienen ten minste drie werkdagen voorafgaand aan de festiviteit schriftelijk op de hoogte te worden gebracht.

13. Op de dagen als bedoeld in het eerste en tweede lid mag het extra geluid en/of licht niet eerder starten dan 07.00 uur. Muziek mag niet eerder starten dan 10.00 uur.

14. Op de dagen als bedoeld in het eerste en tweede lid moet het extra geluid en/of licht een half uur vóór de vastgestelde sluitingstijden, conform de Horecaverordening worden beëindigd. Voor buitenfestiviteiten geldt altijd een maximale eindtijd van 23:00 uur.

15. Indien er geen vastgestelde sluitingstijd, conform de Horecaverordening, is dan dient het extra geluid en/of licht binnen uiterlijk om 00.00 uur beëindigd te worden en bij een buitenfestiviteit om 23:00 uur.

16. Het ongebruikt laten van een collectieve dag betekent niet dat het aantal individuele dagen evenredig toeneemt. Uitwisselen tussen collectieve dag en individuele dagen is niet toegestaan.