1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2. In de (aanvraag om) vergunning wordt in ieder geval vermeld:
a. Door welke natuurlijke of rechtspersoon het seksbedrijf zal worden geëxploiteerd;
b. Door welke perso(o)n(en) het seksbedrijf zal worden beheerd (beheerder). Indien de beheerder een ander persoon is dan de exploitant dient een arbeidsovereenkomst overlegd te worden;
c. De aard van het seksbedrijf;
d. De plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;
e. Bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
f. Bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de seksinrichting bestemd voor het seksbedrijf;
g. Een plattegrond 1 op 100 waarop werkruimten zijn aangegeven;
h. De voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
i. Het nummer van de vergunning.
3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
4. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.
5. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. De vergunning is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.
6. Een vergunning voor een seksbedrijf, met uitzondering van een escortbedrijf, wordt verleend voor de duur van 5 jaar.
7. De vergunning kan eenmalig worden verlengd.
8. Voor het gestelde onder 6 en 7 van dit artikel geldt een overgangsbepaling. Als vergunningen voor 1 januari 2023 zijn verleend voor onbepaalde tijd blijft dit van kracht tot het moment dat de vergunning komt te vervallen of wordt ingetrokken zoals omschreven in artikelen 3.3.4, 3.4.1 en 3.4.2.