1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals deze wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zonder ontheffing van het college toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de (leef)omgeving onaanvaardbare geluidhinder wordt veroorzaakt.
2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het voorkomen dan wel zoveel mogelijk beperken van geluidsoverlast.
3. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor:
a. particuliere feesten op eigen terrein mits ten minste tien werkdagen voor aanvang van de festiviteit het college hiervan in kennis is gesteld door middel van een door het college vastgesteld meldingsformulier en de in lid 2 bedoelde nadere regels in acht worden genomen.;
b. evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1 mits in de evenementenvergunning voorschriften over geluidsoverlast zijn opgenomen.
4. De ontheffing of melding kan worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. de openbare veiligheid;
c. de volksgezondheid;
d. de bescherming van het (leef)milieu.
5. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of het Vuurwerkbesluit.