Algemene plaatselijke verordening 2014 (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Voetbalwedstrijden
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling
Afdeling
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Speelautomatenhallen
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen straatprostitutie
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Speelautomatenhallen

Artikel 2:40A

Definities

  1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    1. wet: Wet op de kansspelen;

    2. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 200, Stb. 224,, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;

    3. speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen;

    4. kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;

    5. Speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder b, van de wet ;

    6. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

    7. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal.

Artikel 2:40B

Verbodsbepaling

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.

  2. De burgemeester kan uitsluitend voor:

    1. maximaal drie speelautomatenhallen vergunning verlenen in het deel van de gemeente dat de schil van de binnenstad vormt, zoals aangegeven is op de bij deze paragraaf behorende kaart;

    2. maximaal twee speelautomatenhallen vergunning verlenen in het deel van de gemeente dat buiten de schil van de binnenstad is gesitueerd, zoals aangegeven is op de bij deze paragraaf behorende kaart.

  3. De burgemeester kan uitsluitend een vergunningverlenen voor het aanwezig hebben van ten hoogste vijfendertig speelautomaten.

  4. De vergunning heeft een geldigheidsduur van maximaal drie jaar.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2:40C

Aanvraag vergunning

De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van:

  1. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspelautomaten worden opgesteld.

  2. een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken;

Artikel 2:40D

Vergunning

  1. In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.

  2. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op:

    1. de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    2. het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;

    4. de exploitatie van de speelautomatenhal.

Artikel 2:40E

Weigerings- en intrekkingsgronden

  1. De vergunning wordt geweigerd indien:

    1. het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen, als bedoeld in artikel 2:40B, tweede lid, is verleend;

    2. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is;

    3. de beheerder(s) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;

    4. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    5. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan.

  2. De vergunning wordt ingetrokken indien zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Artikel 2:40F

Wijziging in exploitatie

  1. Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien voortzetting wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  2. In alle andere gevallen van wisseling van exploitant dient uiterlijk binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.

  3. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening 2014 (APV)