1. De vergunning geldt uitsluitend voor één of meer in de vergunning vermelde lokaliteiten.

  2. Bij overlijden van de vergunninghouder kan de exploitatie van het alcoholvrije bedrijf door of namens één van zijn rechtsopvolgers worden voortgezet tot drie maanden na het overlijden of, indien binnen die termijn terzake een nieuwe vergunning is aangevraagd, tot het tijdstip waarop op deze aanvraag onherroepelijk is beslist.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 is de vergunning tevens locatiegebonden.

  4. De vergunning wordt aangevraagd bij de burgemeester op een door hem vastgesteld formulier.